Waterkwaliteit Spoel aan het begin van de dag, bij het wisselen van patiënt en aan het eind van de dag de slangen van de hand- en hoekstukken, het ultrasoon-apparaat en de meerfunctiespuit goed door. De meerfunctiespuit moet na elke patiënt gedurende 10 seconden worden doorgespoeld. Voor het doorspoelen moet de gebruikte tip van de spuit weggegooid worden. De buitenzijde van de spuit wordt met alcohol gedesinfecteerd. De slang van de afzuigunit moet ook na elke patiënt met schoon water doorgespoeld worden. Aan het eind van de dag worden de afzuigslangen gereinigd met een detergens (conform de aanwijzingen van de fabrikant). Ook het spittoon wordt na elke patiënt goed doorgespoeld en bij zichtbare verontreiniging schoon gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende manieren waarop de waterkwaliteit van tandheelkundige units kan worden beheerst. Opties beheersing waterkwaliteit tandheelkundige units De waterkwaliteit in de unit kan op verschillende manieren worden beheerst. Elke manier heeft beperkingen. Afhankelijk van de omstandigheden kan een bepaalde manier de voorkeur genieten. Dit kan dus per praktijk verschillen. Op basis van onderstaande schema kan worden vastgesteld op welke manier u de waterkwaliteit het beste kunt beheersen. Een aantal ‘nieuwe’ ontwikkelingen zoals het filteren van het water, doorstraling met UV-licht en ionenwisseling door middel van edelmetalen zijn buiten beschouwing gelaten omdat bij het ter perse gaan van deze brochure onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit daarvan. A. Aansluiting op het drinkwaterleidingnet